Gegrilde Little Gem

zondag, 3 juni 2012

Deze keer weer eens een bijgerecht, gegrilde little gem. Little gem is een slasoort en je koopt het in kleine compacte kroppen. En alhoewel je bij sla niet direct denk aan een warme bereiding maar met de little gem kan dat prima. Ik heb ze geserveerd bij asperges met ham en hollandaise saus maar ze passen ook prima bij steaks bijvoorbeeld en is weer eens iets heel anders.
 Ingrediënten:
little gems (worden meestal per twee verkocht o.a. bij Appie)
olijfolie
balsamico azijn
zout
peper

Bereiding:
Maak je barbecue klaar voor direct grillen.
Snij de little gems in de lengte door en besprenkel aan beide kanten met olijfolie en bestrooi met peper en zout.
Gril ze aan beide kanten tot het uiteinde mooi donker kleurt en het hart zacht is geworden.
Haal ze van de barbecue, giet er wat balsamico azijn overheen en de gegrilde little gem zijn klaar om te serveren. Het hart kun je er eventueel nog uitsnijden als ze van de barbecue komen, dat is wat bitter.

Delen:

{ Reageer als eerste }

Grilled Lemonade

maandag, 28 mei 2012

Dat je niet alleen maar eten op de barbecue kunt maken bewijst dit recept voor grilled lemonade, vrij vertaald gegrilde kwast. In het zuiden van de VS, waar ook de meeste barbecue vandaan komt kun je bijna in elk restaurant lemonade vinden, een drankje dat normaal uit citroensap en suikerwater bestaat, hier werd dat vroeger ook vrij veel gemaakt en dan heet het kwast. Er is ook een roze versie, pink lemonade,  waar wat grenadine aan is toegevoegd.
Vorig jaar hield Kingsford, het grootste brikettenmerk in de VS, een speciale masterclass voor een aantal prominente bloggers en daar zag ik een paar keer dit recept van Marcus Wang langskomen. Omdat ik ook van cocktails hou had ik het al een tijdje op de to-do lijst staan omdat je lemonade makkelijk kunt mixen met wodka, gin of als je het Amerikaans wilt houden met bourbon.

Gisteren heb ik het gemaakt en ik moet zeggen het was erg lekker! Zelf zou ik volgende keer misschien iets minder honing gebruiken en wat meer suiker maar dat is een persoonlijke smaak. Ik heb het gemixt met bourbon en met gin en ook dat werkt prima. Bourbon versterkt de honing een beetje terwijl gin het frisse van de citroen ophaalt. Al met al een recept waar je een heleboel kanten mee op kunt, en zeg nou zelf, hoe cool is het als je op een barbecuefeestje kunt zeggen dat je ook de drank op de barbecue hebt gemaakt?

Het grillen van de citroenen met de suiker geeft wel een zooi op je barbecue, ik heb het op het gietijzeren rooster van de Big Green Egg gedaan en daarna het ei nog even goed heet gestookt om de suiker te laten verkolen, doordat je het ei zo makkelijk op kunt stoken was dat zo gebeurt, op een Weber moet je gewoon al je schuiven vol open zetten en  hem zo zeker een half uur laten staan.

Ingrediënten:
12 grote citroenen
½ cup suiker + extra om de citroenen in te dopen
½ cup honing
½ cup water
2 takjes rozemarijn

Optioneel: wodka, gin, bourbon etc.

Bereiding:
Maak je barbecue klaar voor direct grillen.
Snij de citroenen door en doop het snijvlak in suiker.
Doe in een foliebakje het water, de suiker, honing en de takjes rozemarijn.
Plaats de foliebak op  de barbecue en roer hier zo nu en dan in, als de suiker is opgelost is de suikersiroop klaar.
Gril de citroenen totdat het oppervlak mooi gekarameliseerd is en de citroenen gaar, dit duurt zo’n 8 tot 10 minuten.
Pers de citroenen uit en zeef het sap.
Meng het sap met een deel van de suikersiroop en water, gewoon naar smaak, je maakt meer siroop dan je nodig hebt, dus kijk uit dat je het niet te zoet maakt. Hou het ook wat sterker want je serveert het met ijs.
Vul een glas met ijsklontjes en schenk hier de grilled lemonade over. Voor Hard Lemonade voeg je,  je vergif naar keuze toe.
Als je het helemaal authentiek wilt doen, serveer het dan in oude jam-, of weckpotten, zo krijg je het vaak in de barbecue-restaurants in het zuiden van de VS.

 

Delen:

{ 3 reacties }

Yakitori

zaterdag, 26 mei 2012

Ik was deze maand aan de beurt om een recept voor Steven & Me, de maandelijkse barbecue-uitdaging van het BBQ Genootschap,  uit te zoeken en als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat dat niet mee viel. Ik heb zo’n beetje alle barbecueboeken van Steven Raichlen hier staan en er staan bergen leuke recepten in. Ik heb er een hoop op mijn lijstje staan maar dat zijn vaak de wat lastiger recepten of er zitten gekke ingrediënten in die niet iedereen makkelijk kan vinden. Ook wilde ik niet iets varkensvlees kiezen omdat we dat vorige maand al hadden, vandaar dat ik heb gekozen voor een kipgerecht en ik heb het niet gezocht in de VS maar in Azië. Mijn keuze voor deze maand was de Yakitori uit Planet Barbecue!

Yakitori is een Japanse barbecueklassieker, in zijn puurste vorm kleine kipkebabs gegrild boven een heet vuur. Wat het authentiek maakt is de saus, tare. De kip gaat daar niet één maar twee keer in, de eerste keer halverwege het grillen, en dan nog een keer aan het eind. In Japan wordt zo’n saus continu gebruikt, telkens als er kip in gaat wordt de smaak beter en aan het eind van de dag wordt hij aangevuld. Het is niet ongebruikelijk om tare’s te vinden in Japan die maanden of zelfs jaren oud zijn. Maar hoe zit dat dan met de voedselveiligheid? De kip die erin gedoopt wordt is al gaar aan de buitenkant, dus er is geen sprake van kruisbesmetting met rauwe kip. En zolang je je saus tegen de kook aanhoudt kan het al helemaal geen kwaad.

Wat vonden we ervan? Heel erg geslaagd! Toen ik ze op de barbecue legde had ik zoiets van wat moet dat nu weer worden zonder zout en peper, maar het eindresultaat is heerlijk, beetje zoetig van de mirin, beetje zout van de sojasaus, goed uitgebalanceerd. Ik heb de tare nog even aan de kook gebracht en in de koelkast bewaard voor een volgende keer en dat zal niet lang duren.

Ingrediënten:
Voor de Tare:
1 cup kippenbouillon, liefst zelfgemaakte
1 cup sojasaus
½ cup mirin (zoete rijstwijn), sake of droge witte wijn
¾ cup suiker, 2 eetlepels extra suiker als je sake of wijn gebruikt
1 lenteui, groen en wit gescheiden, het wit gekneusd met de zijkant van je mes
1 teen knoflook, gekneusd
1 schijfje verse gember, (6mm dik) gekneusd
1 stuk citroenschil, alleen het geel, 5 x 1,5 cm (gaat gemakkelijk met een dunschiller)

Voor de Yakitori:
750 gram kip, je kunt het volgende gebruiken:
dijvlees met of zonder vel
filets
filets met stukjes vet
vleugeltjes, de uiteinde verwijderd
levertjes
levertjes en hartjes
sesamzaadjes, getoast

Extra:
satestokjes of metalen pennen

Bereiding:
Maak eerst de tare: Doe de bouillon, sojasaus, mirin, suiker, het wit van de lenteui, knoflook, gember en de citroenschil in een ruime pan en breng aan de kook op middelhoog vuur.
Laat de tare inkoken totdat hij dik en stroperig is, zo’n 6 tot 10 minuten, roer af en toe om aanbranden te voorkomen. Zeef de tare in een diepe smalle pan die je op de gril kunt plaatsen; de tare moet zo’n 9 cm diep zijn. Gooi de vaste delen weg.

Maak de Yakitori: Snij de kip in blokjes van zo’n 1,25 cm en rijg deze op de sateprikkers. Vul de stokjes maar tot halverwege, de andere helft dient als handvat. Wanneer de Japanse grilmeesters de stokjes rijgen met mager vlees dan doen ze vaak een stukje vet of vel er tussen. Je kunt één soort kippenvlees gebruiken maar ook een mix van verschillende soorten, dijvlees, filet, vel etc. rijg wel één soort per stokje. Als je de yakitori niet onmiddellijk grilt, bewaar ze dan in de koelkast onder een stukje plasticfolie. De yakitori kunnen enkele uren van te voren voorbereid worden.

Maak de barbecue klaar voor direct barbecueën op hoge temperatuur.

Borstel het rooster af en vet het in, een stukje kippenvet werkt prima hiervoor. Hou de pan met tare warm op een hoekje van de grill. Als je een smalle grill gebruikt leg dan de stokjes zo neer dat het hout over de rand steekt. Maak, bij een grotere grill, een schildje van aluminiumfolie en leg het hout van de stokjes daarboven. Zo verbranden ze niet.

Gril de yakitori  tot ze gedeeltelijk gaar zijn, de buitenkant is dan wit, ongeveer twee minuten per kant. Dip elke yakitori in de tare en leg ze terug op het rooster. Gril ze tot ze mooi donkerbruin zijn en gaar, 1 tot twee minuten per kant extra. De buitenkant is dan mooi glimmend en ze moeten stevig aanvoelen als je er in knijpt. Pas op dat ze niet verbranden.

Doop de yakitori nogmaals in de tare en leg ze op een bord. Garneer met getoaste sesamzaadjes en het fijngesneden groen van de lenteui.

Delen:

{ 2 reacties }

De Zone

donderdag, 24 mei 2012

De zone, het plateau, als je weleens pulled pork of brisket hebt gemaakt weet je meteen wat er bedoelt wordt, op een gegeven moment stopt de kerntemperatuur van je vlees met stijgen en blijft hangen, sterker soms daalt de temperatuur een paar graden om dan, vaak na een paar uur, opeens weer verder te gaan met stijgen.
Toen ik pas begon met barbecueën las ik, op internet en in de boeken die ik heb, dat de zone ontstaat wanneer het bindweefsel in het vlees omgezet wordt in gelatine, daar is energie voor nodig en dat zou er dus voor zorgen dat de temperatuur blijft hangen omdat die verklaring niet van de minste mensen kwam neem je dan ook aan dat het wel zo zal zijn. Wel merkte ik echter dat er hier en daar iets niet klopt, wanneer ik bijvoorbeeld mijn vlees mopte of sprayde dan duurde de zone minimaal een half uur langer per keer dat ik dat deed dan wanneer ik het gewoon met rust liet. Vocht op de buitenkant zou toch geen invloed moeten hebben op de omzetten van het bindweefsel, toch?

De laatste tijd ben ik op het net en in het fantastische boek Modernist Cuisine een andere verklaring tegen gekomen die zoals het er nu naar uitziet meer overeenkomt met de werkelijkheid. De zone wordt veroorzaakt door verdamping.
Modernist Cuisine geeft een mooie wetenschappelijke verklaring die ik hieronder voor jullie in het Nederlands heb vertaald.
Ik zal proberen om dat een beetje simpel uit te leggen. Je moet het eigenlijk zo zien, op een gegeven moment begint vocht dat zich aan de buitenkant van het vlees bevindt te verdampen, dit koelt het vlees af. Lik maar eens aan je hand en blaas er overheen, je voelt dat het koud wordt. Dat is precies wat er gebeurd aan de buitenkant van je vlees tijdens de zone. Pas wanneer het oppervlak droog is zal de temperatuur doorstijgen. Dus wanneer je mopt, sprayt of saus op je vlees smeert dan voeg je vocht toe en zal de zone dus langer duren. Precies wat ik dus altijd ervaar.

De meeste Amerikaanse barbecue teams pakken hun pulled pork op een bepaald moment in tijdens de wedstrijd. Wij hebben dat tijdens de Tony Stone BBQ Competition ook gedaan en je ziet dat de temperatuur dan meteen verder gaat met stijgen. Van bindweefsel was geen sprake meer toen het gaar was dus dat zit wel goed.

Misschien tijd om eens anders over de zone na te gaan denken en soms eens een aanname te bekijken voor wat het is, iets dat je aanneemt, maar is het dan ook waarheid?

 

Dit een vrije vertaling van wat er in Modernist Cuisine staat:

De zone of het plateau is bij serieuze barbecueërs een bekend fenomeen. Als je een lange barbecue sessie doet dan stopt de kerntemperatuur van vlees met stijgen, sterker soms daalt hij zelfs.De meeste barbecue-experts zeggen dat de zone komt doordat het bindweefsel omgezet wordt naar gelatine en het vet vloeibaar wordt.Die dingen gebeuren, maar ze veroorzaken niet de zone.

De zone bestaat echt, maar komt niet doordat het collageen zacht wordt zoals de grafiek laat zien.We hebben twee briskets naast elkaar bereidt in een convectie oven, zo’n oven heeft min of meer de zelfde eigenschappen als een smoker maar is meer consistent en beter geschikt voor het experiment. Eén brisket is niet ingepakt ( de blauwe curve) en de andere brisket werd gevacumeerd (de groene curve). Sensoren meten de kerntemperatuur van de briskets alsmede de drogeboltemperatuur (zwarte curve) en de natteboltemperatuur (rode curve) in de oven.
Je ziet in de niet ingepakte brisket , duidelijk de zone beginnen na zo’n twee uur en weer stoppen na ongeveer vier uur. Tegelijker tijd daalt de natteboltemperatuur in de oven. De zone eindigt wanneer het oppervlak van de brisket droog genoeg is om boven de natteboltemperatuur te komen.
De temperatuur in de gevacumeerde brisket stijgt, in tegenstelling tot de andere brisket, gestaag tot de ingestelde temperatuur van de oven. En bereikt die temperatuur in zo’n drie uur.
Het omzetten van collageen en vet gebeurd in beide briskets, maar de zone gebeurt alleen bij de niet ingepakte brisket.In het begin van de sessie stijgt de natteboltemperatuur vanwege toenemende luchtvochtigheid door het verdampende vocht van de niet ingepakte brisket. De luchtvochtigheid bereikt een piek op zo’n 72%. Daarna daalt deze omdat het verdampende vocht uit de brisket niet genoeg is om het vocht dat uit de oven ontsnapt aan te vullen. Na acht uur is de luchtvochtigheid onder de 50% en is de natteboltemperatuur 10°C / 18°F gezakt onder zijn hoogste waarde. De kerntemperatuur van de niet ingepakte brisket blijft hangen.

In deze test hebben we de brisket zo gelaten maar wanneer we er saus op hadden gesmeerd, zoals veel barbecuechefs doen dan zouden we de zone verlengen door het oppervlak vochtig te houden.

 

Wil je meer lezen dan vind je hier op de site van amazingribs.com een zeer uitgebreide analyse.

Delen:

{ Reageer als eerste }

Weber Grill Academy – Zomer 2012

dinsdag, 22 mei 2012

Mensen die mijn blog al langer volgen weten dat ik twee keer per jaar naar de Weber Grill Academy in Joure ga. Reitse Spanninga geeft daar, in zijn restaurant ‘t Plein, een weber workshop en hoewel ik het niet meer nodig heb ga ik toch naar de zomer en winter editie, gewoon omdat het onwijs gezellig is en Reitse altijd weer een erg verrassend menu van de barbecue tovert. Daarbij is hij de perfecte man voor zo’n dag, hij is enthousiast, kan alles goed uitleggen, maakt een lolletje, kortom het is een dagje uit met als bonus nog heerlijk verrassend eten van de barbecue en een paar nieuwe ideeën ook! Dus ondanks dat ik veel dichter bij huis ook een Weber Grill Academy kan volgen blijf ik toch de reis van ruim twee uur richting het hoge noorden maken.

Ook dit keer was het een feestje, allereerst omdat Frits en zijn vrouw Dominique er ook waren wat de boel natuurlijk meteen gezelliger maakt en vanwege de heerlijke gerechten die Reitse en zijn brigade voor ons hadden verzonnen.

Het voorgerecht was gerookte ham in hooi met asperges, geserveerd met een dragon mayonaise. De gepekelde ham wordt eerst gepocheerd met hooi en daarna acht uur gerookt in de WSM met o.a. turf als bron van rook. (Waar vind ik nou weer turf ;) )

Als tussengerecht had Reitse zeebaars in zoutkorst gemaakt, die was met toch een partij lekker zeg! Het wordt tijd dat ik weer eens op Hoek van Holland ga vissen!
Daarna was het tijd voor een heerlijk soepje van de barbecue, voor ons een kerriesoep met asperges en croute, ik zeg voor ons omdat ik al een paar keer last heb gehad van mosselen en die dus aan me voorbij laat gaan, het originele recept was met fruit des mer. Een erg leuk recept dat laat zien dat je zelfs een soepje kunt serveren van je barbecue.

Het hoofdgerecht was parelhoen supreme, dat is de filet met het eerste deel van de vleugel, met paddenstoelenrisotto en haricots vert. Ook dit was weer erg lekker. Ik heb nog nooit parelhoen bereid maar dit komt zeker op de “to do”lijst.

En het dessert was ook weer erg leuk, kleine bloempotjes met cake van de barbecue, met een spies van ananas en abrikozen, een bolletje citroengras ijs en een heerlijk sinaasappelsaus. Het cakeje was erg leuk en ik denk extra lekker omdat Frits ze had gemaakt ;)

 

Reitse en keukenbrigade, weer bedankt voor een perfect verzorgde Grill Academy! Tot november voor de winter editie. Frits en Dominique, bedankt voor de gezelligheid!

Mocht je deze recepten zelf een keer willen proberen dan kun je ze vinden in het receptendeel van het BBQgenootschap.

Delen:

{ Reageer als eerste }

Pulled Beef

zondag, 20 mei 2012

Pulled Beef kom je niet zo gek veel tegen in de barbecuewereld, ik heb het ook in de restaurants in de VS die ik heb bezocht niet vaak op de kaart zien staan en had het ook nog nooit gegeten. In de VS gebruiken ze “chuck” voor dit gerecht, dit is de schouder van de koe. In principe is het dus een gewoon pulled pork maar dan van het rund. Hier natuurlijk altijd het probleem dat we onze koeien anders opdelen en dat je zo’n stuk vlees niet zo makkelijk kunt vinden maar bij de Makro liep ik tegen een stuk onderrib aan. Ik kende dit deel niet maar het zag er mooi uit. Dus hop, in het karretje.
In tegenstelling tot wat de naam suggereert zit er geen bot in dit stuk vlees. En je zou denken dat het laag op de koe zit, maar ook dat is dus niet zo, het is een deel van de nek en zit zo’n beetje boven de schouder. Hmm, dat klinkt bekend, daar zit bij het varken de procureur en laat dat nou precies zijn wat we hier vaak gebruiken voor pulled pork. Dat klonk bemoedigend!
Qua prijs is dit best een schappelijk stuk vlees en dat past ook precies in de barbecuetraditie, met een goedkoop stuk vlees, waar je niet zo gek veel mee kunt, toch iets lekkers maken. En als je die gedachte doorvoert dan is het natuurlijk raar om op zoek te gaan naar een exotisch stuk vlees, dat omdat de slager moeite moet doen om het te krijgen / snijden een stuk duurder is, dan iets dat zo voorhanden is. Zo ben ik ooit eens met procureur begonnen dus waarom niet dit proberen.

Buiten dat ik wilde uitproberen of ik dit stuk vlees als alternatief voor schouder kon gebruiken wilde ik ook kijken hoe de Big Green Egg zich zou gedragen bij een lange barbecuesessie op lage temperatuur.

Het stuk onderrib zo’n etmaal van te voren in de rub gezet. Om half twee ‘s-nachts de BGE aangestoken, de onderrib nog een keer gerubd  en om twee uur het vlees in de barbecue gelegd. Ik had besloten om na een aantal uur het vlees in folie in te pakken om zo “de zone”, de tijd dat het vlees op één temperatuur blijft hangen, over te slaan. Daardoor had ik ingeschat dat het een uur of twaalf zou duren voordat het gaar zou zijn. Na tien uur vond ik de buitenkant er goed genoeg uitzien en heb ik het vlees in twee lagen folie ingepakt en weer terug heb gelegd. Tweeënhalf uur later was de kerntemperatuur 93°C / 200°F en mocht het vlees uit de barbecue. Na een tijdje rusten het vlees uit elkaar getrokken. Het meeste ging vrij gemakkelijk al was er één stuk dat niet zo lekker wilde maar dat was ook wat hard vet e.d. dus dat uit het vlees gelaten. Het vocht dat uit de folie kwam voor een deel weer vermengt met het vlees en nog wat saus erbij en de pulled beef op een wit broodje geserveerd. Hè, het is barbecue, geen haute cuisine ;)

Wat vonden we ervan? WOW, totaal anders dan ik had verwacht, het is een soort draadjes vlees maar dan van de barbecue, echt heerlijk. Alleen erg machtig, meer dan één broodje was echt de limiet voor mij. De structuur van het vlees was erg mals, de smaak was goed, het had een klein beetje pit door mijn barbecuesaus maar dat kan het prima hebben. Wat dat betreft een erg geslaagd experiment en ik denk dat we voor dit gerecht een waardige, lokale vervanger hebben gevonden voor de chuck die ze in de VS gebruiken. Misschien de volgende keer iets meer rook, ik had nu een blokje hout van een oud whiskyvat gebruikt en twee stukjes pecanhout, maar dit kan beduidend meer hebben.

En de Big Green Egg? Ik heb met het opstarten twee keer geregeld om hem op de gewenste temperatuur te krijgen, daarna hoefde dat eigenlijk niet meer. Ik ben zelfs een paar uurtjes gaan slapen, daarna was hij iets warmer, maar dat was maar een paar graden. Het verbruik was erg laag. Dus ook op met zo’n soort sessie een erg fijne barbecue om te gebruiken!

Ingrediënten:
runderonderrib
barbecuesaus, bijvoorbeeld noskos’ sweet & smokey BBQ sauce

Noskos’ Pulled Beef Rub:
2 eetlepels peper, versgemalen
2 eetlepels zeezout
1½ eetlepel rietsuiker
1 eetlepel uienpoeder
2 theelepels mosterdpoeder
2 theelepels knoflookpoeder
2 theelepels cayennepeper
2 theelepels komijnenpoeder
1 theelepel oregano
½ theelepel kaneel

extra:
rookhout; pecan, hickory o.i.d. een beetje zware houtsoort

Bereiding:
Meng zo’n twaalf uur voordat je het vlees in de barbecue gaat leggen de ingrediënten van de rub.
Snij eventuele harde stukken vet en loszittende deeltje vlees van de onderrib af.
Wrijf in met ongeveer de helft van de rub .
Pak het vlees in in plasticfolie en leg in de koelkast.
Maak je barbecue klaar voor indirect gebruik op 107°C / 225°F, deze temperatuur gaat het makkelijkst met een smoker of een keramische barbecue.
Haal, tijdens het opwarmen van de barbecue, het vlees uit de folie en wrijf in met de overgebleven rub. Plaats het vlees in de barbecue en doe de deksel dicht.
Kijk na een uur of 8 a 10 of de bark, zo wordt de kruidige buitenkant van dit soort gerechten genoemd, mooi van kleur is.
Is dat het geval pak het dan in in twee lagen dik aluminiumfolie en plaats terug in de barbecue.
Wanneer de kerntemperatuur 93°C / 200°F is is het vlees klaar. Haal het van de barbecue en maak voorzichtig de folie open. Laat het vlees 10 minuten uitdampen. Dit voorkomt dat het straks te ver door gaart.
Pak het in in nieuwe folie en laat dit minimaal een uur rusten.
Doe het vocht dat in de oude folie is achtergebleven in een bakje en plaatst dit in de koelkast.
Schep na zo’n 3 kwartier het vet dat aan de bovenkant gestold is van het vocht.
Trek, na de rustperiode, het vlees uit elkaar met twee vorken of met een paar warmtebestendige handschoenen.
Warm het vocht op, in een pannetje of de magnetron, en vermeng een deel ervan met het vlees, je wilt een lekker smeuïg geheel krijgen, waarschijnlijk heb je niet alles nodig. Voeg ook naar smaak barbecue saus toe.
Serveer je pulled beef op een wit bolletje, lekker met een frisse coleslaw of barbecue beans!

Delen:

{ 2 reacties }

Funky Beer Can Chicken

zondag, 13 mei 2012

De volgende test op de Big Green Egg was Funky Beer Can Chicken, oftewel kip op een bierblikje met mijn nieuwe Funky Chicken Rub.
Na de low &  slow sessie van maandag wilde ik weten of het eitje ook op hogere temperaturen mooi stabiel bleef. Dan is een kip op een blikje een leuk gerecht om dat mee te testen want die moet op 175°C / 350°F gegaard worden. Ook een mooi moment om mijn nieuwe kipkruidenmengsel weer eens uit de kast te halen.

De BGE ging weer net zo makkelijk aan als de vorige keer, wat is dat toch simpel, ook het op temperatuur komen lukte prima. Ik laat de temperatuur nu redelijk in de buurt komen en dan zet ik de onderste schuif (bij deze temperatuur) voor de helft dicht en regelaar bovenop ook. Loopt de temperatuur verder door dan gaat onder nog verder dicht totdat ik op het punt kom waar de temperatuur niet verder oploopt, en dat is dan mooi toevallig in de buurt van waar ik hem hebben wilde, met de regelaar boven kun je dan nog een beetje fine-tunen.
Ik was van plan om de kip in een lekbak op het rooster te zetten, maar daar was hij te hoog voor, dan kon de deksel niet dicht. Geen probleem, rooster eruit en gewoon met lekbak en al direct op de plate setter die met de poten omhoog lag (de stand voor indirect grillen).

Ik doe mijn kippen in de Weber meestal zo’n 5 kwartier.  Aan het spit iets korter. Ik dacht dat hij in de BGE ook wel klaar zou zijn in die tijd. Na een uurtje de temperatuur even naar de 200°C / 400°F gedaan voor een mooi knapperig velletje en daarna de temperatuur gemeten. Oeps, 93°C / 200°F in de borst. Dat is iets te veel, een kippetje gaart dus wat sneller op deze manier. Maar tot mijn verbazing was het eindresultaat prima, totaal niet droog, gewoon een lekkere malse kip. En het velletje? Lekker knapperig, net zo lekker als dat ik hem van het spit krijg, dat had ik helemaal niet verwacht!
De rub heb ik nu zoals ik hem wil, een milde kruidige rub met mediterrane invloeden.

Wat heb ik van deze sessie geleerd? Mijn kip was sneller gaar dan op de Weber, geen idee waarom, want ik doe ze in beide op dezelfde temperatuur. Misschien omdat de warmte nu ook van onder kwam omdat hij op de platesetter stond en op de weber staat hij op het kolenrooster, waar onder het koud is. Verder was de kip ondanks dat hij te gaar was erg mals en had en lekker krokant velletje. De temperatuur was erg makkelijk op te schroeven, van 175 naar 200°C is een kwestie van een paar minuten, gewoon de schuiven even wat meer open en je ziet hem oplopen. Volgende keer rekening houden met de snellere garing en al eerder gaan meten, kijken hoe het dan is qua malsheid, het kan alleen maar beter worden.

Ingrediënten:
1 kip
olijfolie
funky chicken rub (recept vind je hier)

extra:
blikje bier, ik gebruik halve liters
pecan rookhout

Bereiding:
Maak je barbecue klaar voor indirect barbecueën op 175°C / 350°F.

Smeer de kip in met olijfolie en bestrooi rijkelijk met de rub, wrijf dit goed in de kip.

Haal met een blikopener de bovenkant van het blikje en gooi de helft van het bier weg, opdrinken mag ook.

Plaats de kip op het blik.

 Bij een kogelbarbecue als de weber plaats je de kip op het kolenrooster naast de brandende kolen. In een kogelbarbecue duurt het ongeveer 5 kwartier voor de kip klaar is, draai de kip op de helft van de tijd een slag, zo krijgen beide kanten evenveel warmte.
In een keramische barbecue als de Big Green Egg plaats je de plate setter met de poten naar boven en zet je de kip in een lekbak daarop.

Je kip is gaar als de borst  76°C / 170°F en in de dijen 82°C / 180°F is, meet wel in het dikste deel van de borst en de dij en pas op dat je niet tegen het bot aanzit.

Delen:

{ Reageer als eerste }

Noskos’ Funky Chicken Rub

zondag, 13 mei 2012

Noskos’ funky chicken rub is een erg heerlijk kruidenmengsel dat ik heb samengesteld voor op kip. Het doet het prima op Beer Can Chicken, maar net zo goed op een kippetje aan het spit en ja, zelfs je chickenwings worden lekkerder met deze rub!

Ingrediënten:
1 eetlepel rozemarijn
2 eetlepels tijm
1 eetlepel paprikapoeder
1 eetlepel knoflookpoeder
1/2 eetlepel oregano
3/4 eetlepel zeezout
1/4 theelepel nootmuskaat
1/4 theelepel gemalen zwarte peper
1/4 theelepel citroenzuur (optioneel, verkrijgbaar bij de toko)

Bereiding:
Doe alles bij elkaar in een schaaltje en meng goed door, wil je het wat fijner dan kun je het heel even in een koffiemolen malen. Bewaar luchtdicht zo blijft het weken goed.

Delen:

{ Reageer als eerste }

Vijf jaar BBQ-NL!

donderdag, 10 mei 2012

Vandaag is het op de kop af vijf jaar geleden dat ik dit blog ben begonnen. Zoals in mijn eerste bericht te lezen valt, was het in eerste instantie de bedoeling om over het “echte barbecueën” te schrijven. Maar in de loop der tijd is het uitgegroeid tot een site waar eigenlijk alle facetten van het barbecueën aan de orde komen. Of het nu low & slow is of grillen, wedstrijden, materiaal, techniek of tips en trucs, er is voor iedereen wel iets te vinden.

Vijf jaar is een lange tijd voor een blog, vaak is de levensduur een jaar of drie en dan zijn de meeste mensen het wel zat. Wat het voor mij zo leuk houdt zijn jullie, de mensen die mijn blog bezoeken, daar commentaar achterlaten, suggesties geven etc. Door het barbecueën heb ik een hele hoop leuke mensen ontmoet, sommige daarvan zijn zelfs hele goede vrienden geworden. Mijn interesse is ook verschoven in die jaren, ik heb samen met Frits een eigen forum, ik jureer wedstrijden en heb vorige maand voor het eerst zelf meegedaan aan een wedstrijd. Allemaal dingen die er toe bijdragen dat er telkens wel wat is om over te schrijven.

Toen ik begon was het voor een belangrijk deel om bij te houden wat ik gedaan had en waarom iets wel of niet werkte. Na het eerste jaar begon het steeds drukker te worden en nu bezoeken gemiddeld zo’n 6000 mensen mijn blog per maand. In het seizoen komen er meer dan 500 mensen per dag kijken. Ik vind dat zelf nog steeds ongelofelijk! Ik schrijf een beetje over wat ik op de barbecue doe en jullie komen daar allemaal naar kijken :) Mede door jullie is BBQ-NL uitgegroeid tot wat het nu is, één van de grootste en best bezochte barbecueblogs van Nederland.

Ik wil jullie allemaal hartelijk bedanken voor de steun, commentaren, opmerkingen, suggesties en vriendschappen! Ga daar vooral mee door, dan ga ik gewoon door met het schrijven hier. Op naar de tien jaar!

Delen:

{ 15 reacties }

Maple Brined Pork Chops

dinsdag, 8 mei 2012

Gisteren had ik eindelijk tijd om de Big Green Egg uit te proberen. Ik wilde voor de eerste keer een gerecht proberen dat bij lage temperatuur moet garen. Elke barbecue kun je bloedheet stoken, daar is geen kunst aan, maar om een barbecue op een lage temperatuur te houden, en dan het liefst een constante temperatuur, dat is een ander verhaal.
Vorige week had ik het nieuwste boek van Ray “Dr. BBQ” Lampe, Slow Fire, binnen gekregen en daar staan alleen maar “laag en traag” gerechten in. Bij het doorbladeren was mijn oog op de Maple Brined Pork Chops gevallen. Dikke varkensfiletlapjes die je eerst in een pekel met ahornsiroop doet, zodat ze niet uitdrogen op de barbecue, en daarna op lage temperatuur indirect op de barbecue gaart.

Ik koop mijn varkensfilet altijd aan een stuk bij de Makro, dan kan ik zelf de dikte van mijn karbonades bepalen, voor dit gerecht heb ik ze zo’n 3 cm dik gesneden. Daarna de pekel gemaakt en de karbonades hier zo’n 4 uur in laten staan.

Het aansteken van de Big Green Egg ging verbazingwekkend simpel! Twee van die bruine aanmaakblokjes tussen de houtskool, aansteken en de deksel en onderste schuif 10 minuten open laten. Omdat ik indirect ging barbecueën heb ik de platesetter er met de poten omhoog ingelegd. Daarna de deksel sluiten en de regelkop openzetten. Als je in de buurt van je gewenste temperatuur komt, de onderste schuif een stuk dichtzetten, ligt een beetje aan de temperatuur, ik heb hem 2 cm opengehouden. En de bovenste regelaar ook knijpen. Met de bovenste regelaar kun je nu heel precies de temperatuur instellen. Van aansteken naar 112°C / 235°F duurde maar 20 minuten!

Tijdens het opwarmen de karbonades uit de pekel gehaald, afgespoeld en gedroogd met keukenpapier en, toen de BGE op temperatuur was, ze op het rooster gelegd. Na zo’n vijf kwartier waren ze klaar en mochten ze even rusten onder folie waarna er nog wat ahornsiroop overheen ging.

Wat vonden we ervan? Prima van smaak, er zat een hele duidelijke rookring op, meer dan bij de weber, maar dat komt denk ik door het gebruik van houtskool, hier komen toch meer van de gassen vanaf die die ring veroorzaken. Die ring doet trouwens niets voor de smaak, maar ziet er wel mooi uit. De karbonades waren lekker sappig en een beetje zoetig door de ahornsiroop, iets dat varkensvlees best kan hebben. Prima recept.

Wat vond ik van de Big Green Egg? Ik was erg verrast hoe snel hij op temperatuur was en hoe makkelijk hij regelt. Ook heb ik geen temperatuurschommelingen gezien die je bij de weber nog weleens zag, door wind o.i.d. Dat soort fluctuaties worden door de massa van het ei min of meer opgeheven. Hij doofde ook lekker snel, de buitenkant werd niet bloedheet op deze temperatuur en ik heb erg weinig houtskool gebruikt in de tijd dat hij aanstond. Al met al allemaal positieve dingen.

Ingrediënten:
Pekel:
3 eetlepels maple syrup (ahornsiroop)
2 eetlepels zeezout
1/4 theelepel mosterdpoeder
1/4 theelepel cayennepeper
1/8 theelepel kaneelpoeder
250 ml water met ijsblokjes

4 ribkarbonades zonder bot (varkensfiletlappen) van zo’n 3 cm dik
chilipoeder*
maple syrup

*) chilipoeder is in de VS een mengsel, hier verkoopt Silvo dat, kijk op het potje of er o.a. komijn in zit dan zit je goed. Is het 100% chilipeper, dan heb je niet het goede te pakken en wordt je gerecht te heet!

Bereiding:
Maak 5 uur van te voren de pekel, verwarm 250 ml water in een klein pannetje. Voeg, als het water tegen de kook aan is, maple syrup, zout, mosterdpoeder, cayennepeper en het kaneelpoeder toe. Roer totdat het zout is opgelost en haal van het vuur. Giet de pekel in een schaal en doe het ijswater erbij, roer alles door tot de ijsblokjes zijn gesmolten (ik gebruik 12 ijsblokjes). Laat de pekel nog een half uur verder afkoelen in de koelkast.

Doe de karbonades in een ziploc zak van 4 liter (in een schaal kan ook), en giet de pekel erbij. Druk zoveel mogelijk lucht uit de zak en sluit hem. Bewaar 4 uur in de koelkast, draai de zak zo nu en dan. (Ik doe de zak in een schaal, mocht hij gaan lekken dan blijft de koelkast tenminste schoon.)

Maak je barbecue klaar voor indirect barbecueën op 112°C / 235°F, dit gaat ook prima in een smoker en gebruik kersenhout als rookhout.

Haal de karbonades uit de pekel, spoel ze goed af en dep ze droog met keukenpapier. Bestrooi ze lichtjes met de chilpoeder  en leg ze in de barbecue. Barbecue ze totdat ze een kerntemperatuur hebben van  63°C / 145 °F. Dit duurt één tot anderhalf uur. Leg de karbonades op een bord en dek af met aluminiumfolie, laat ze zo 5 minuten staan. Giet er voor je ze opdient nog wat maple syrup over.

Delen:

{ Reageer als eerste }